Aan haar eigen bevalling hield vroedvrouw Uwe Porters behalve een gezonde dochter ook een stressstoornis over. Met haar boek ‘Verlos ons’ – een bundeling geboorteverhalen – hoopt ze moeders aan het praten te krijgen.
Door Marijke de Vries
Haar dochter lag nog warm en plakkerig op haar buik, toen de gynaecoloog vroeg of Uwe Porters haar baby goed vast had. “Ze was aan het hechten en zei: ‘Dit gaat pijn doen, ik kan hier niet verdoven’. Ik dacht: ik ben net bevallen, dus zo erg kan het niet zijn.” Toch wel, vertelt ze – inclusief de bloederige details – thuis aan de keukentafel in Essen, terwijl haar zoon (2), dochter (4) en een vriendinnetje tv kijken op de bank. “Mijn clitoris was gescheurd en zij moest hem aan elkaar naaien.”
Zo veel intieme details, moet dat? Ja, zegt vroedvrouw en blogger Uwe Porters (29). Ze legt het heel precies uit. In haar onlangs verschenen boek ‘Verlos ons. Verhalen van een vroedvrouw’, en tijdens het gesprek met de verslaggever. Hoe wat de gynaecoloog discreet ‘de binnenste schaamlip’ noemde, schuin naar boven was doorklieft. “Ik heb gegild, wáánzinnig. For the record: mijn clitoris doet het nog prima.”
In haar boek beschrijft ze niet alleen de geboortes waarvan ze als vroedvrouw getuige was – in Vlaanderen én Nederland –, maar doet ze ook uit de doeken hoe haar eigen kinderen Lexie en Viggo ter wereld kwamen en wat dat lichamelijk én geestelijk met haar deed.
Een ruggenprik, een knip, een baby en hechtingen
De aardverschuiving die het krijgen van kinderen kan betekenen, wordt namelijk veel te weinig besproken, meent Porters. “De meeste vrouwen hier in Vlaanderen gaan maandelijks op controle bij de gynaecoloog. Als het kind zich aandient, rijden ze naar het ziekenhuis waar ze een ruggenprik krijgen, vervolgens een knip, hun baby en hechtingen.”
Pas na de bevalling komt het besef dat het ook anders kan, zegt Porters, die op sociale media een stortvloed aan reacties kreeg. “Veel vrouwen kampen met een bevallingstrauma. Ze schrijven dat ze zich eindelijk begrepen voelen, of dat ze hun negatieve gevoelens rond de bevalling nu pas kunnen plaatsen. Ik krijg reacties van moeders met tieners die zeggen: ‘Dit heb ik gevoeld’. Daarnaast zijn er velen die het, net als ik, moeilijk hebben met de vraag wie ze zelf nog zijn, behalve moeder. Maar we praten er amper over.”
Picture by Caromama
Hoe komt dat?
“In Vlaanderen bereiden we ons veel minder dan in Nederland voor op wat komen gaat. Wij lijken op de een of andere manier niet te beseffen dat er een kind komt. Veel vrouwen werken door tot een week voor de uitgerekende datum en gaan naar het ziekenhuis voor de bevalling alsof ze even een griepvaccin gaan halen. Je kunt niemand voorbereiden op wat het ouderschap precies betekent – die gevoelens, verwarring, vragen over je eigen ouders, dat sijpelt allemaal geleidelijk binnen. Maar je kunt wel zorgen dat mensen geïnformeerd zijn, in plaats van dat ze denken: ik krijg wel een ruggenprik en ze zullen in het ziekenhuis wel weten wat ze doen.
“Er heerst hier nog een groot taboe rond het nemen van de regie bij je eigen bevalling. Ik was aan het signeren op de Boekenbeurs en daar vroegen zwangere vrouwen me: ‘Moet ik je boek wel lezen, want ik ben zo bang…’ Ik zei: ‘Ik ga je niet bang maken. Laat je alsjeblieft informeren’.”
Tijdens je studie liep je stage in Amsterdam. In hoeverre heeft dat jouw blik bepaald?
“Dat was een serieuze cultuurshock. In Amsterdam zag ik dat het ook anders kon: thuis bevallen, zonder geduw en geknip en gesleur. Een aantal geboorteverhalen in het boek stamt uit die tijd. Ik leerde dat zwangerschap geen ziektebeeld is, waarbij per se een dokter moet worden geroepen. Dat was een openbaring.”
Je liep stage bij de bekende verloskundige Beatrijs Smulders. Kende je haar reputatie?
“Ja. Zij is een fenomeen. Als student had ik al haar boeken in de kast staan. Ik weet dat ze critici heeft. Soms vond ik haar aanpak wat te alternatief en hip – de vagina visualiseren als een bloem die opengaat, uh nee. Maar ik heb enorm veel van haar geleerd. Dat je als vrouw moet opkomen voor jezelf, voor je lichaam en je baby.
Na de bevalling van mijn zoon Viggo bleef ik pijn houden bij het vrijen. Uiteindelijk is er twee keer operatief weefsel weggehaald voor het weer goed was. Ik kan me niet voorstellen dat ik de enige ben die daar last van heeft, want er wordt in Vlaanderen vaak een knip gezet – in 35 procent van de gevallen, in Nederland 24 procent – en dat herstelt nog veel moeilijker dan een scheurtje, zoals ik had. Daarover krijg ik behoorlijk wat berichten van lezers. Dus – en dat geldt ook voor Nederlandse vrouwen – als het niet oké voelt, laat er naar kijken!
“Qua mondigheid kunnen we echt iets van Nederlanders leren. Die kunnen voor zichzelf opkomen. Als je daar als kraamhulp vraagt of je nog iets voor ze kunt doen, is er altijd nog wel iets: thee zetten, een was in de machine gooien. In Vlaanderen nooit. Ik werkte als vroedvrouw bij het consultatiebureau en deed veel huisbezoeken bij pas bevallen moeders. Ik heb nog nóóit iets hoeven doen.”
Een hippie met de geit in je achtertuin
Als Porters, onder de indruk van de sfeer tijdens de Nederlandse thuisbevallingen, er tijdens haar eerste zwangerschap over denkt om thuis te bevallen, stuit ze vooral op onbegrip. Waar het aandeel thuisbevallingen in Nederland weliswaar gestaag afneemt (in 2017 beviel één op de acht vrouwen thuis, tien jaar eerder nog ruim één op de vijf), zijn ze in België bijna onbestaand. Minder dan één procent van de zwangeren kiest ervoor. “Als je in zo’n omgeving zegt dat je je laat begeleiden door een vroedvrouw en indien mogelijk thuis wilt bevallen, denken ze meteen dat je een hippie bent die melk drinkt van de geit in je achtertuin. Mijn grootmoeder zei: ‘Een vroedvrouw is geen dokter, hè’. Dat zit heel diep. Mijn generatie kijkt al iets minder neer op vroedvrouwen, al nemen mijn vriendinnen van vroeger mij als vroedvrouw ook niet echt serieus.
“Ik wil niemand de les spellen, maar door al die verschillende geboorteverhalen in mijn boek laten zien dat er bij een gezonde zwangerschap meer opties zijn dan een ruggeprik en een knip. Dat een geboorte ook in een warme, zachte omgeving kan plaatsvinden. Ik heb niets tegen gynaecologen – de mijne is fantastisch, en toen er complicaties waren bij mijn bevallingen heeft ze heel goed gereageerd. Maar een zwangerschap en bevalling zonder problemen hoeven niet door een dokter te worden begeleid. Mijn pleidooi is vooral dat vrouwen een geïnformeerde keuze moeten maken.”
Geloofwaardig sausje
In haar boek beschrijft Porters onder andere ziekenhuisbevallingen van Joodse vrouwen in Antwerpen en thuisgeboortes in Amsterdam. Ze schrijft over een moeder met smetvrees die daags na de bevalling alweer staat te dweilen; over een vader die vraagt of de gynaecoloog niet wat strakker kan hechten. Hoe ze de eerste jaren als vroedvrouw soms liegt dat ze zelf al kinderen heeft, in een poging haar professionele adviezen als jonge vroedvrouw een geloofwaardig sausje te geven voor een argwanende kraamvrouw. Over een Nederlands stel dat de geboortekaartjes, dekentjes en snoepjes al bedrukt heeft met de naam van hun toekomstige zoon Lewis, maar na de geboorte besluit dat de jongen ‘een Jack is’.
Picture by Caromama
Maar een groot deel van het boek gaat ook over haar eigen worsteling met bevallen en het moederschap. Want hoewel Porters als vroedvrouw wél uitgebreid afwoog waar ze wil bevallen en met wie – ‘Poliklinisch met mijn vroedvrouw’ – valt het haar flink tegen.
In eerste instantie lichamelijk: door haar knobbelvormige staartbeen moeten er toch een arts en een zuignap aan te pas komen om haar dochter geboren te laten worden. Maar vooral mentaal heeft ze het zwaar. Porters voelt zich ‘super eenzaam’ die eerste maanden. Wanneer ze weer moet gaan werken, telt ze de uren af tot ze weer bij haar dochter kan zijn. “In mijn omgeving was er weinig begrip dat ik Lexie niet kon loslaten. Collega’s snapten niet dat ik niet blij was om weer iets voor mezelf te doen. Toen Lexie een paar weken was, werd er voor een vriendin een vrijgezellenfeestje georganiseerd. Ik stelde voor om alleen naar het etentje te komen, met mijn dochter in de draagzak. Dan kon ik er toch even bij zijn, maar dat mocht niet. Het spreekwoord zegt: ‘It takes a village to raise a child’. Ik heb mij vaak afgevraagd waar dat dorp was.”
Ze krijgt last van paniekaanvallen, is doodongelukkig. Het is haar man die uiteindelijk op de rem trapt en haar naar een therapeut stuurt. Een posttraumatische stressstoornis door de moeilijke bevalling gecombineerd met een hechtingsstoornis opgelopen in haar eigen jeugd, concludeert die.
Je besprak je moeilijkheden niet met vriendinnen. Is dat een kwestie van cultuur?
“Ik denk het wel. Ik was de eerste van mijn vriendinnen die kinderen kreeg, dat speelt ook mee. Pas nu zij zelf kinderen krijgen, is er wat meer begrip. Al zijn er nog veel taboes. Ze hebben mijn boek gelezen, maar ze gaan er niet dieper op in. Ze zeggen: ‘Goed gedaan’. Maar niet: ik wist niet dat je het zo moeilijk had. Dat is zo typisch. Schone schijn is alles in Vlaanderen. Ik vroeg aan mijn therapeut: ‘Ik ben toch niet de enige die het moeilijk heeft?’ Zij zei: ‘Iedere moeder krijgt een reality-check in een bepaalde vorm. Wie zegt van niet, die liegt. Maar niemand zegt het en dan krijgen ze later en masse een burn-out’.”
Jij kiest voor het andere uiterste in je boek. Je schrijft dat je man zich heeft laten steriliseren, omdat jullie gezin compleet is met twee kinderen. In een van je blogs – later opgenomen in je boek – schrijf je aan je man dat je niet meer dezelfde vrouw bent als toen jullie trouwden. Dat je bang bent hem kwijt te raken, omdat je niet precies meer weet wie je zelf bent, naast moeder. Wat vindt hij daarvan?
“Tom was degene die vond dat ik dit boek moest schrijven. Wel vindt hij mij te hard voor mezelf en hij vindt ook dat ik mijn twijfels onterecht projecteer op onze relatie. Ik vond en vind het heel moeilijk om mezelf nog te zien als vrouw. Ik vond mezelf niet meer aantrekkelijk, voelde me verloren, herkende mezelf niet. Opnieuw vrouw worden, dat blijft een uitdaging.
“Niet alleen voor mij. De meeste lezers reageren op die passage. Je verandert, als je een kind krijgt. Maar het is moeilijk daarvoor erkenning te krijgen. De maatschappij stelt als norm dat je moet blijven presteren. Als je een tijd bewust halftijds wilt werken, merk je dat je niet meer meetelt. Zeker hier in België is voltijds werken de norm. In onze samenleving word je beloond, als je meegaat naar het café. Het wordt als compliment gezien als het ouderschap je amper heeft veranderd, terwijl het ouderschap een aardverschuiving teweeg kan brengen. Ik hoop dat mijn boek op dat vlak wat verlossing kan schenken.”
Jij vond je opvoeddorp uiteindelijk online.
“Ja. Ik ben gaan bloggen, omdat ik me vaak niet begrepen voelde. Daar schreef ik dat van me af en ik kreeg veel reacties. Op die manier heb ik een groep moeders gevonden die op eenzelfde manier denken over moederschap en opvoeden.”
BIO
Uwe Porters werkt als zelfstandige vroedvrouw bij ‘NOORD baby’ in Noord-Antwerpen.
Het boek ‘Verlos Ons’ verscheen bij in oktober 2019 bij Borgerhoff & Lamberigts.
In januari 2021 verscheen Uwe’s 2e boek ‘Verlost, en nu?’. Hierin schrijft zij over de periode die start vlak na de verlossing, over hoe allesoverheersend mooi en tegelijkertijd verlammend die kan zijn.
Dit interview verscheen eerder in de Nederlandse krant Trouw.