An Icelander in Brussels
“Het was één van die zeldzame dagen waarop Brussel onder een laag sneeuw lag, alsof de stad recht uit een schilderij van Bruegel kwam. Alsof alles zich in een andere wereld afspeelde. Ik vond dat heerlijk.
Naar buiten kijken deed me even vergeten dat ik aan het wachten was. Dat ik ondertussen al een week overtijd was en stilaan stress kreeg bij de gedachte aan een inleiding, net zoals bij de geboorte van mijn dochter twee jaar eerder. Niet dat dat een slechte bevallingservaring was geweest, het was gewoon een lange, vrij gemiddelde bevalling zonder complicaties. Maar deze keer wilde ik het anders. Ik had een waterbevalling gepland.
We kwamen om 10u30 aan in Sint-Pieter voor een geplande monitoring. Ik háátte dat. Niets tijdens de zwangerschap deed me me minder mens voelen en meer een nummer, een patiënt, een stuk vee. Ik probeerde die negatieve gevoelens wat weg te duwen. Eén van de vroedvrouwen die de monitoring opvolgde, was degene die me eerder uitleg had gegeven over waterbevallingen. Ik mocht haar graag. Nog drie dagen en ik paste perfect binnen het strakke kader van het plan dat ik had opgesteld. Ik hoopte zo hard dat het ook echt zo zou verlopen. Sinds de avond ervoor had ik wat weeën, wat me hoop gaf.
Ik ging zitten op één van de blauwe bedden en de monitoren werden rond mijn grote buik bevestigd. Achter de dunne blauwe gordijnen hoorde ik een andere zwangere vrouw snurken. Philip lag op het bed op zijn zij en keek op zijn gsm naar huizen die te koop stonden in Marseille. Af en toe liet hij me een bijzonder huis zien. Het was ons jaarlijkse mechanisme om weg te dromen naar een leven meer zuidelijk. Vorig jaar was het Milaan, nu Marseille. Tijdens die monitoring van ongeveer veertig minuten liet hij me af en toe een huis zien, terwijl mijn weeën sterker begonnen te worden. Misschien drie echt stevige weeën.
Eigenlijk was ik van plan geweest om alleen met de trein naar de afspraak te gaan, maar mijn mama had me op het laatste moment overtuigd om toch samen met Philip én met de auto te gaan. Onze valies lag al klaar in de koffer van de auto, voor het geval dat. Toen de vroedvrouw de resultaten kwam ophalen, vertelde ik haar over de weeën die ondertussen toch wat pijn begonnen te doen. Ze wuifde het weg en zei dat ik best een afspraak maakte voor een inleiding de week nadien.
Philip ging de auto halen. We zouden nog iets eten voor onze volgende afspraak om 12u30 bij Zwanger in Brussel. Het was ongeveer 11u30 en terwijl ik naar de ingang wandelde om op hem te wachten, kreeg ik opnieuw een stevige wee. Philip belde dat er vlakbij een café was waar ze brunch serveerden, maar ik voelde totaal geen zin om daarheen te wandelen en vroeg hem me gewoon op te halen. Terwijl ik wachtte, kreeg ik opnieuw een hevige wee.
Toen hij me oppikte, belden we Elke vanuit de auto. Ik had opnieuw een sterke wee gehad buiten. Ze vroeg hoe ik me voelde en toen gaf ik toe dat ik wilde huilen en overgeven. Maar wat wilde ik doen? Ik wist vooral wat ik níét wilde. Ik wilde geen brunch eten en ik wilde niet meer in een wachtzaal zitten. Tijdens de rit van zeven minuten naar Zwanger in Brussel kreeg ik twee stevige weeën en begon ik te huilen. Philip wilde parkeren in een parkinggebouw, wat bij mij ongeveer dezelfde reactie uitlokte als de driftbuien van onze tweejarige dochter. Ik riep dat hij gewoon voor de deur moest parkeren.
Elke begroette me rustig en vroeg of ik thee wilde. Zodra ze even weg was, kreeg ik opnieuw een krachtige wee in haar bureau. Ik heb waarschijnlijk gegromd en hoopte vooral dat ik de vrouwen die in de gemeenschappelijke ruimte zwangerschapsyoga volgden niet bang maakte. Elke observeerde me en vertelde dat ik al 6 à 7 centimeter ontsluiting had. Achteraf zei ze dat ik waarschijnlijk zelfs nog verder stond. Daarna vroeg ze rustig of ik persdrang voelde. Het enige waar ik nog aan kon denken, was in bad gaan. Zoals gepland. Ik voelde me ondertussen ontzettend ongemakkelijk en verlangde naar de verlichting van warm water.
We reden terug naar het ziekenhuis en het was zonder twijfel de ergste autorit van mijn leven. Ik gromde en huilde van claustrofobie. Philip zette me af aan de spoedingang, waar een vroedvrouw op me wachtte om samen naar boven te gaan naar de verloskamer. Het was ongeveer 12u10 à 12u15. Boven verwelkomde Lisa me en volgens mij was het enige wat ik tegen haar zei dat ze alsjeblieft snel het bad moest vullen tussen de weeën door terwijl we nog in de gang stonden. In dezelfde kamer aankomen waar ik twee jaar eerder van mijn dochter was bevallen, voelde als een opluchting. Ik trok meteen bijna al mijn kleren uit en ging op handen en knieën op de grond zitten terwijl Lisa het bad vulde. Philip kwam kort daarna binnen en ik ving verschillende weeën op op de vloer. Op dat moment voelde ik dat ik een grote boodschap moest doen, wat betekende dat ik mocht beginnen persen.
Zodra er genoeg water in het bad zat, stapte ik erin. Wat een opluchting. Op dat moment schreeuwde ik van de pijn en ik herinner me dat ik water naar Philip en Lisa spatte wanneer ze te dichtbij kwamen. Ik zei tegen Lisa dat ik moest persen en zag haar op een knop drukken. Achteraf hoorde ik dat het ziekenhuisteam dat erbij kwam gestresseerd was omdat volgens het protocol de harttonen van de baby eerst dertig minuten opgevolgd moesten worden voor een waterbevalling. Maar de baby zat al veel te laag om nog goed te kunnen monitoren. Ik herinner me dat iemand zei dat ik uit het bad moest komen, waarop ik heel krachtig “NEE” antwoordde. Ik zat erin en ik ging nergens meer naartoe.
Hurkend in het water voelde ik het hoofdje. Met één extra perswee werd de hele baby geboren. Blijkbaar was niemand van de vijf mensen rond mij klaar voor dat moment, want hij belandde gewoon op de bodem van het bad. Te verbaasd of te geschrokken besefte ik niet eens dat ik hem gewoon kon oppakken.
“De baby ligt op de bodem van het bad.” “Kan iemand de baby pakken?” hoorde ik mezelf zeggen. Philip vertelde me later dat hij dacht dat ik hallucineerde. Toen pakte iemand hem op, gaf hem aan mij en hij huilde. Daarna gaf ik hem aan Philip, en hij huilde opnieuw. Onze zoon leek exact op hem. Niemand had exact gekeken naar het uur van de geboorte, maar we schatten dat Balthasar Áki geboren werd om 12u52. Ik weet wel dat ik officieel werd ingeschreven in het ziekenhuis om 12u38 en dat ik om 11u30 nog dacht dat we gewoon gingen lunchen.
Bij Zwanger in Brussel hadden ze me gezegd dat een tweede bevalling snel kon gaan, maar nooit van mijn leven had ik gedacht dat het zó snel zou gaan. Drie keer schreeuwen, persen… en mijn baby was geboren.”