Geboorteverhaal van een derde broertje, op het nippertje geboren in het ziekenhuis
Je hebt gewacht tot het einde van een 2 daagse hittegolf (35°C – zelfs de crèche van J. was gesloten) om ’s nachts van je te laten horen. Zoals bij je broers begon het met de gekende rugkrampen. Papa en ik wisten ondertussen wel dat dit het begin van het einde (of beter – het begin van het begin) was. Ik sliep slecht maar ’s ochtends leek alles nog hetzelfde. Ik moest sowieso op monitorcontrole dus sprak ik met papa af dat we na de controle wel zouden zien. De monitor verliep vlotjes, en er werd me gezegd dat er nog geen contracties waren. Mama was verbaasd (dan toch vergist?) maar bedacht me dat ik er dan maar evengoed van kon profiteren. Koffie met een boek in de zon in Dansaert, rondwandelen zonder doel en ’s middags lunch met tante Dellie. Ondertussen was het wel duidelijk dat er om het kwartier een “(mini-)contractie” was. Of dit écht was, of gewoon een oefenwee durfde ik toen nog niet met zekerheid te zeggen.
Na de lunch stuurde tante Dellie me naar huis. In de metro heb ik papa gebeld en gevraagd hoe zijn namiddag-schema eruitzag. Het leek me toch intensiever te worden. Ik wou je papa graag veilig bij mij bij ons thuis hebben. De meeting van papa van 17-18u kon eventueel omgezet worden naar een call van thuis, en ik vroeg aan een andere mama om J. op te halen van zijn sport- en spelkamp en thuis af te zetten. Rond 15u kon ik me rustig in mijn kamer installeren met een muziekje. Ik noteerde de tijdstippen van de contracties om te weten of deze sneller na elkaar zouden gaan volgen. Ik zat nog niet lang in mijn “cocon” toen dat inderdaad wel het geval leek. Tegen 16u werd het stilaan lastig. Ik wou papa nu echt thuis hebben. Ook Baboe werd opgebeld. Papa deed zijn call beneden in zijn bureau, ondertussen werd ik boven stilaan overspoeld door contracties. Ons huis liep vol mensen (je broers, de babysit, Baboe en nonkel M.) maar ik wilde alleen op mijn kamer gelaten worden. Ik wou eigenlijk graag nog in bad – zoals ik bij je broers gedaan had – maar dat kon deze keer niet want je broers zaten erin. Ik wou liefst afwachten tot het einde van papa’s call om dan samen te bekijken waar we stonden. Mijn tactiek is trouwens altijd al geweest om alles zo lang mogelijk te negeren en zeker niet te vroeg in het ziekenhuis aan te komen.
Die tactiek leek deze keer wel heel goed (te goed) te werken. Toen je papa onze kamer binnenkwam, wilde hij meteen vertrekken (je papa kent mij en mijn gewoonte om de intensiteit van weeën – bewust – te onderschatten heel goed). Nonkel M. heeft de valies in de auto gezet, je papa hielp mij de trap af en ik heb nog heel snel broertje J. kunnen geruststellen (“Baby chocopops komt er aan – flink zijn en je komt ons morgen bezoeken in het ziekenhuis”).
[Trouwens, ik typ dit met één hand, jij ligt ondertussen zalig te slapen in mijn arm – twee gelukzakken, samen in onze tuin.]
We hebben nog even getwijfeld om naar een ziekenhuis dichterbij te gaan, maar zijn toch richting ziekenhuis vertrokken. Gynaecologe Charlotte belden we even snel in de auto. Zij liet ons weten dat zij er was en dat alles klaarstond. Hoewel ik al het zware werk voor jou geboorte geleverd heb, verdient je papa een pluim om koelbloedig door de Brusselse spits te rijden. Op taxistroken en over witte lijnen. Ik raakte steeds meer in paniek bij elk rood licht of opstopping. Ik heb er toen niet concreet bij stilgestaan, maar zou echt niet goed geweten hebben wat te doen als jij in volle file in de tunnels op de binnenring rond Brussel geboren zou worden. Je papa volgens mij ook niet.
Bij de geboorte van je broers parkeerden we ons netjes alvorens naar spoed te gaan. Niet bij jou. Je papa is de spoed binnengereden met de auto en heeft zich naast de ambulances geparkeerd. Daar werd ik uit de auto “gepeld” (ik zat ondertussen op handen en knieën en wilde er al helemaal niet meer uit) en in een rolstoel naar de Bloc D’accouchement gebracht. Papa zei nadien dat hij de security man/ambulancier (?) die dit snel en kordaat regelde en mij naar boven bracht, een doos chocolade zou sturen. Nooit gebeurd denk ik – maar die man ben ik wel oprecht heel erg dankbaar.
Gynaecologe Charlotte stond aan de deur van het verloskwartier en ik was volledig gerustgesteld toen ik haar zag. Later vertelden de vroedvrouwen me dat ze met handdoeken in de gang hadden staan wachten. Na enkele minuten in de verloskamer en een paar keer persen was jij er. Alleen de laatste contractie liet, naar mijn aanvoelen, lang op zich wachten (al moet dat minder dan een minuut geweest zijn). Ik werd zelfs heel even ongerust dat jij middenin was blijven steken. Ik hoor Charlotte nog zeggen dat dat zeker niet zo was en ze donkere haartjes zag – net voor jij er was (echt! Jij bent mijn enige mannetje dat met een vol kopje bruine haartjes is geboren, een groot contrast met je kale blonde broertjes). Papa heeft onze auto beneden laten staan en is door de gang gelopen om er nog net bij te zijn en mijn hand over te nemen van Charlotte.
Ik geef je jouw blits geboorte nog even mee in feitelijke tijdstippen.
18:07 vertrek thuis in Ukkel.
18:30, aankomst in het ziekenhuis
18:40, aankomst in de verloskamer
18:44, het mooiste baby’tje in mama’s armen.
Geen tijd om na te denken of heel erg af te zien. Korte pijn. Jij lag zo snel naast mij en hebt de voorbije week ook alleen maar naast of op mij gelegen, kleine man.
De navelstreng heb ik zelf doorgeknipt. Papa stond naast je bij je eerste medische controle en vitamine K prikje. De uren nadien zijn altijd wazige geluksmomenten. Een slijmerig bundeltje viezigheid op mij. Het prachtigste schepseltje op aarde – ik zou eeuwig naar je hebben kunnen blijven kijken. Ik heb verder weinig geregistreerd maar kan je wel anekdotisch meegeven dat papa zijn manchetknopen niet meer kon vinden, zijn gewoonlijke flauwte kreeg (snoep en Twix moest eten) en ik me merkwaardig opgelucht en fit voelde. Niet geknipt, geen scheur, geen medische interventie. Jij bent geboren met een vlotheid, souplesse en goed gevoel voor timing waarvan ik hoop dat dit typerend zal worden voor je verdere leven.