“Vaderschap is zorgen, ondersteunen, er zijn. Het vergt geduld, zachtheid en veel liefde. De mooiste momenten zijn vaak de eenvoudigste: tijd met hem doorbrengen en dat delen met mijn vriendin.”

Mijn eerste kind is vandaag zeven maanden. Momenteel houdt hij veel van knuffelen, slapen, geeuwen, rondkijken, lachen, met de lippen trillen, zijn spraak ontwikkelen, tongklikken en vooral met alles dat hij tegenkomt kiekeboe spelen. Hij is zot van zijn handen, en ondertussen ook van zijn voeten. Het is prachtig om te zien. De periode voor en na de geboorte waren voor mij erg intens, ze markeren erg veel in mijn leven. Vaderschap begint voor mij eigenlijk op het moment dat je partner zwanger is. Je bent een stille getuige van het op gang komen van een nieuw mensenleven.
We rijden op een kleine weg door een desolaat Schots landschap. Mijn goede fietsvriend rijdt op een rustig tempo, gelijk aan de muziek, en ik ben half aan het indommelen, dromend van de reis die zich aan het ontplooien is. Een dag eerder was het avontuur begonnen, we maakten een prachtige wandeling tot een bergtop met uitzicht op een loch en de zee. We zijn nog maar tien minuten van de plek waar we de auto van mijn vriend achterlaten om aan onze meerdaagse fietstocht te beginnen.

Na een kleine afdaling en een scherpe bocht komen we aan een kruispunt met iets wat op een uitloper van een autosnelweg lijkt. Mijn maat kijkt naar links en zegt luidop dat het goed is. Hij rijdt door om over te steken terwijl ik van rechts een auto op ons zie afstevenen en het onvermijdelijke met een roep nog wil voorkomen. De knal is met niets te vergelijken wat ik tot dusver in mijn leven had gehoord. Mijn fietsvriend begrijpt helemaal niet wat er gaande is, en het enige wat ik kan stamelen is dat we zo snel mogelijk uit de auto moeten geraken. De volgende dagen is een gedool van hot naar her, een hoop getelefoneer met verzekeringen en het thuisfront. Het is een mirakel dat alle betrokkenen dit zware accident zonder lichamelijke schade hebben overleefd. Ik wordt met een taxi thuis afgezet, de grote kartonnen doos waar mijn fiets in zit wordt uitgeladen en mijn vriendin lacht me met tranen in de ogen toe. Ik leef. Ik ben er.

Eenmaal thuisgekomen kijkt ze me intens aan en vertelt ze dat haar lichaam anders voelt sinds ik weg ben. Dat ze denkt dat ze zwanger is, maar tegelijk niet gelooft dat het zo direct zou zijn. Nog voor mijn reis had ik er grapjes over gemaakt, terwijl we samen naar een café liepen. Dat ze beter geen risico kon nemen met alcohol — je weet tenslotte nooit. Voor mij voelde het meteen bijzonder toen het resultaat van de zelftest positief bleek te zijn, maar dat gevoel stond in contrast met de ratio die de overhand nam bij mijn vriendin. Ze was plots heel onzeker over de zwangerschap. De impact op haar lichaam, op haar leven, op de zoektocht naar een nieuwe job (ze had op dat moment geen werk) en op ons. Zwanger worden was een bewuste keuze, maar dat het meteen lukte, gaf geen gewenning aan die nieuwe realiteit. Als koppel voel je je dan plotseling alleen, omdat je dit prille nieuws ook niet meteen wil delen. Het gevoel dat het nu aan ons was, maar dat ons sentiment over dit nieuwe leven niet helemaal gelijk liep, was uitdagend. Lange en korte gesprekken en elkaar veel ruimte geven deden veel goeds. Maar vooral het nieuws delen met onze ouders en enkele dichte vrienden maakten dat we weer meer op dezelfde golflengte kwamen.

We zitten op de trappen van het zee-orgel in Zadar te luisteren naar deze parel van een klankkunstwerk. We zijn in het tweede trimester van de zwangerschap aanbeland. Het eerste trimester staat voor mij gelijk aan het abstracte gegeven wat eigen te maken, op dezelfde golflengte komen, en het nieuws delen. Een groot contrast met waar we nu zijn. De zwangerschap van mijn vriendin verloopt erg goed. Het voelt mooi, rustig, open; we zijn nieuwsgierig. Er is een zorgeloosheid zoals het water dat zachtjes klotst tegen de randen van de trappen. Wie weet kan het kind deze prachtige klanken al horen, het doet ons mijmeren over welke wereld we ons kind willen laten ontdekken.

In een gezellige ruimte worden we verwelkomd door een vroedvrouw. Er staat sofa, waar ik plaatsneem wanneer zij de grote buik van mijn vriendin onderzoekt om te weten hoe de baby is gepositioneerd. Onwetend dat mijn vriendin luttele maanden later daar zelf zal zitten om borstvoeding te geven. We zijn er voor onze eerste afspraak. Wat laat misschien, we zijn al in het laatste trimester, dat veeleer praktisch is; alle voorbereidingen treffen, en als toekomstige vader ook al veel meer zorgen en er zijn voor mijn vriendin. Voor de opvolging en de geboorte kiezen we voor een ziekenhuis in combinatie met het team van vroedvrouwen die ook bij de geboorte aanwezig zal zijn, zoals we vandaag dus zouden beslissen. De keuze voor ZiB heeft enorm veel betekend voor het zelfvertrouwen van mijn vriendin. Hun team werkt echt op women empowerment zonder dat flashy begrip ooit zelf in de mond te nemen. Ze zijn het gewoon, het is bewonderenswaardig en verdient al mijn respect. Soms kregen we tegenstrijdige adviezen tijdens de zwangerschap, zowel vanuit de zorg als vanuit onze familie. Ik heb altijd mijn vriendin gesteund in haar keuzes, terwijl we tegelijk samen konden afwegen wat het beste was. Dat gaf mij een gevoel van betrokkenheid. Bij de meeste consultaties was ik aanwezig, zoals ook bij deze, waardoor het voelde alsof alles echt samen gebeurde.

Vrijdagen in de namiddag vertrek ik vermoeid naar huis en zie een aantal gemiste oproepen van mijn mama. Het is nog ruim een maand voor de uitgerekende datum, dus de geboorte kan in principe al elk moment plaatsvinden. Ik bel haar terug zodra ik thuis ben. Op een rustige toon vertelt ze me dat haar lange strijd tegen kanker in een palliatieve fase is terechtgekomen, en dat de geboorte van haar zevende kleinkind iets is waarvoor ze absoluut nog wil vechten. Het voelt verwarrend en onverwachts. Ik wist dat dit moment zou komen, maar de gelijktijdigheid van vreugde en verdriet voelt hartverscheurend en onrechtvaardig. Het uitkijken naar de geboorte krijgt meteen een andere dimensie. Ik sta tussen twee werelden en wil in die laatste weken zowel goed voor mijn vriendin zorgen als bij mijn mama zijn. We besloten mijn ouders te bezoeken. Het voelt zwaar, ook omdat het een risico is om zo ver van huis te zijn. Het bezoek is intens. We blijven één nacht, en de volgende dag maakt mijn mama foto’s van ons in de tuin, haar plek. Het is haar traditie om dat te doen. Het zijn de enige ‘echte’ zwangerschapsfoto’s die we hebben.

Alles om ons heen bestaat uit asfalt en beton; een luchthaven kan soms echt kil aanvoelen. Het is nog twee weken voor de uitgerekende datum. We halen mijn schoonmoeder op, en haar glimlach en blijdschap om ons te zien maken de omgeving meteen wat warmer. Ze komt bij ons logeren, iets dat al lang gepland was, en gezien alle omstandigheden voelt dat bijzonder goed. Hun aanwezigheid geeft mij veel vrijheid om mijn eigen mama te bezoeken; het neemt deels de angst weg om mijn vriendin alleen te laten. Soms was hun aanwezigheid ook moeilijk, zowel voor als na de geboorte — de culturele en generationele afstand was soms voelbaar — maar bovenal was het een enorme steun, een helpende hand en een toeverlaat. Ik ben hen daar eeuwig dankbaar voor. Een ziekenhuiskamertje voelt voor mij vaak beklemmend aan, zeker bij moeilijke gesprekken. Het mooie aan een geboorte is dat je niet weet wanneer het zal gebeuren; iets wat wetenschappers blijkbaar te riskant vinden. Omdat het wachten uiteindelijk te lang kan duren, wil de gynaecoloog dat we acht dagen na de uitgerekende datum toch naar het ziekenhuis komen om de geboorte in te leiden. Dat zorgt voor een beladen sfeer tussen ons en de dokter in het al kleine kamertje. Wij zouden het liever nog een paar dagen laten wachten om het vanzelf te laten gebeuren. Bij het buitengaan merk ik dat het gesprek ook veel stress tussen ons veroorzaakt. Waren we nu wel kordaat genoeg geweest tegenover de dokter?

Mijn hand is verwikkeld met de hand van mijn vriendin in een stevige greep. Ik ondersteun haar voor de zoveelste keer om rechtop te komen in het bad om de zoveelste weeën op te vangen. Er is alleen het nu; de gedachten aan de afgelopen dagen verdwijnen volledig. Dat het water op de dag dat we ons moesten aanmelden brak, maar dat de weeën niet op gang kwamen, waardoor we 24 uur later alsnog de geboorte moesten laten inleiden in het ziekenhuis. Gelukkig was uiteindelijk slechts een eerste dosis prostaglandine nodig om te zijn waar we nu zijn. Samen met onze eigen vroedvrouw ben ik de hele tijd aanwezig bij de bevalling. Het is intens om mee te maken. Je bent getuige van iets heel aards, iets heel emotioneel, iets heel rauw. Zonder onze vroedvrouw zou het moeilijker geweest zijn. We voelden ons veel veilig en gesteund, vertrouwend op een goede afloop. De hele geboorte voelt als een opeenvolging van gebeurtenissen, van beslissingen die moeten genomen worden, van het vertrouwen dat je legt bij de aanwezige zorgkundigen die je omringen. Het is een natuurlijke bevalling, maar wel met enkele ingrepen. Er wordt een episiotomie uitgevoerd, en er wordt ook een kleine ventouse gebruikt. Nadien gezien was dit waarschijnlijk ook onvermijdelijk, aangezien ons kind zijn hoofd vasthield tijdens de geboorte. Je wil liever niet dat dergelijke ingrepen gebeuren, anderzijds hadden we geen verwachtingen, en gaat het plots ook allemaal snel. Het is eerder de stijl van de dokter die mijn vriendin en ik niet erg aangenaam vinden, gelukkig is er tegengewicht van de vroedvrouw van het ziekenhuis en onze eigen vroedvrou. Als ik terugkijk naar de geboorte was het geen traumatische ervaring. Ik zie na zeven maanden wel dat mijn vriendin de veranderingen en het herstel in haar lichaam niet eenvoudig vond, vooral dan de acceptatie dat het anders is. Haar lichaam had ook tijd nodig om alle spierkracht terug op te bouwen.

En dan is het kind daar, ’s morgens vroeg, in een bevallingskamer ergens op een verdiep ergens in Brussel. Het raadsel ligt plots op de borst van mijn vriendin. In ons geval voelt het als een ware ontdekking, omdat we het geslacht niet op voorhand wilden weten. De geluidjes die hij maakt zijn prachtig. De kleine bewegingen, de intense, onderzoekende blik. Hij is stevig geboren, en het voelt als een verlossing om hem eindelijk te zien.
De vier dagen die volgen zijn erg dens, vreugdevol en vermoeiend tegelijk. Het is een samenkomst van vroedvrouwen, borstvoedingsspecialisten, familie en vrienden. En tussendoor leren we onze zoon kennen, terwijl ik mijn vriendin ondersteun. Ze wordt uitstekend opgevolgd. Geen enkele keer geeft ze in die dagen en nachten alleen borstvoeding, altijd is er een deskundige aanwezig om ons te begeleiden. Omdat één borst niet goed werkt, kolf ik vaak zelf handmatig af, om toch die eerste melk druppel voor druppel te kunnen geven aan onze zoon. Op de eerste dag komen mijn schoonouders langs. Hun eerste kleinkind dat daar in hun armen ligt, is een erg ontroerend tafereel. De volgende dag komen mijn tweelingbroer samen met mijn vader en moeder. Dat is een heel bijzonder moment.

Mijn mama houdt hem in haar armen, ze kijken elkaar in de ogen. Haar zachte stem wordt liefdevol ontvangen in de mini-oortjes van mijn zoon. De dag erop krijg ik het nieuws dat mijn moeder in het ziekenhuis is opgenomen met een zware, levensbedreigende infectie in haar been. De contrasten zijn tergend en vermoeiend. Op de vierde dag gaat mijn zoon voor de eerste keer buiten de buik terug het water in, voor de eerste maal omgeven door handen. De pediater komt langs om de reflexen te testen, en hij krijgt ook een bezoek van de osteopaat. Dat moment staat echt heel scherp in ons geheugen. Mijn vriendin en ikzelf zijn enorm ontroerd over de tedere handelingen, de omzichtigheid, de ontspanning en de overgave van zowel de osteopaat als ons kind. We voelen het vertrouwen van het hele ziekenhuisteam wanneer ze ons naar huis laten gaan. Mijn vriendin vindt het veel moeilijker om te vertrekken, voor mij is het een opluchting om het ouderschap thuis verder te verkennen.

We wandelen naar huis. Het ziekenhuis ligt op een boogscheut, en de dag is zacht en helder. Het begrip thuis krijgt plots een nieuwe betekenis. Mijn schoonmoeder benadrukte voor de geboorte al dat vooral de ouders de eerste thuis zijn voor een kind, en niet zozeer het gebouw waarin dat kind terechtkomt. Je geeft dus niet alleen iemand onderdak, je bent zelf een thuis geworden voor iemand nieuw. De eerste nacht in zijn nieuwe thuis is moeilijk. Alles is anders. Voor hem, voor mijn vriendin, voor mij. Het kost tijd om te landen. De volgende dag komt onze vroedvrouw langs voor haar eerste thuisbezoek. Ze benadrukt dat deze onrust helemaal normaal is. Haar kalmte werkt aanstekelijk. Ze stelt mijn vriendin gerust en begeleidt haar met zachte vastberadenheid naar een ontspannen houding bij het geven van borstvoeding. De aandacht en de spanning om mijn zoon de goede zorg te geven is erg aanwezig thuis. We zijn met vijf, mijn vriendin en haar ouders, mijn zoon en mezelf. De dagen en nachten zijn gevuld met het leren omgaan met dat prille leven. We steken veel op van de huisbezoeken van de vroedvrouw. De draagdoek doet wonderen in de eerste weken waarbij huilbuien en huidhonger erg aanwezig zijn bij onze zoon.

In het begin wordt je soms ook ‘s nachts wakker en vraag je je af of hij nog ademt en ga je dat echt meermaals gaan controleren. Of je hebt nachtmerries waarin je zoon en vriendin tijdens de voeding in slaap zijn gevallen, waardoor hij nu ergens onder jou is terechtgekomen. Je wordt dan in paniek wakker en begint naarstig te zoeken tussen de lakens, terwijl hij eigenlijk gewoon aan het voeteneinde in zijn eigen bedje vredig ligt te slapen. Mijn slaappatroon verandert, ik slaap naast een nieuwe mama, zorg voor haar en mijn nieuwe zoon, en tegelijkertijd moet ik mijn eigen mama loslaten.

 

De moderne kerk van Woumen onthult pas haar schoonheid eenmaal je binnenstapt. Aan de buitenkant lijkt ze op een gewone, monumentale kerk. Groot, bijna log, maar sinds een hevige brand in 1985 is het gehele ontwerp aan de binnenkant uit noodzaak verbouwd. De ruimte werd horizontaal, zowel letterlijk als figuurlijk, alsof de architect in de tekstverwerker het nieuwe witte blad op landschapsmodus had gezet. De glasramen zijn modern en pronken als prachtige bloemstukken in de verder sobere stijl, die met degelijke en elegante materialen is afgewerkt. Het altaar staat aan een lange zijde, en iedereen zit in een grote halve kring errond. Die openheid geeft ons tegelijk een geborgen gevoel, het lijkt een weerspiegeling van het ouderschap, van het leven. Elkaar kunnen zien, dialoog, openheid, vrijheid, en tegelijk omhuld zijn. Drieëntwintig dagen na de geboorte van mijn zoon stierf mijn moeder. Een week eerder waren we nog samen geweest, met de hele familie, voor een laatste afscheid. Een pasgeborene meenemen naar een begrafenis is niet vanzelfsprekend, maar mijn vriendin is sterk; samen met haar moeder heeft ze dat met grote zorg en zachtheid gedragen. Achteraf voelt alles als een waas. Ik wilde er zijn voor mijn zoon, maar tegelijk wilde ik me terugtrekken, dicht bij mijn familie, dicht bij mijn verdriet.

Nu, zeven maanden later, zie ik hoe ik het rouwen eigenlijk heb uitgesteld. Vader zijn was duidelijk belangrijker. En misschien moest dat ook wel zo zijn. Mijn zoon en mijn vriendin hadden mij nodig. Enkele vrienden hadden me vóór het vaderschap gewaarschuwd: lezen, zeiden ze, zou in de eerste jaren een onmogelijke luxe worden. Toch zit ik nu in de zetel met een boek in mijn handen. Mijn zoon is één maand oud. Hij slaapt op mijn linkerschouder, net na zijn tweede voeding van de dag. Op het ritme van zijn zachte adem lees ik elke dag een stukje verder, een klein uurtje, niet meer. ’s Avonds draag ik hem vaak in een doek, rond het moment van het avondeten. Dat fysieke contact voelt essentieel, voor ons allebei. Hij groeit goed, stevig zelfs. Maar vooral: hij slaapt wonderbaarlijk goed, al sinds hij drie weken oud is. In het begin waren we bezorgd. Was het wel normaal dat hij zo lang doorsliep? Hadden we zijn honger niet gehoord? Als ouder ontdek je snel hoe vlug schuldgevoel de kop opsteekt. Op aanraden van onze vroedvrouw geven we hem nu een droomvoeding rond middernacht: half slapend drinkt hij nog wat melk, waarna hij rustig verder slaapt tot zeven of acht uur in de ochtend. Omdat hij goed groeit, mag dat gerust zo. En die nachtrust doet ons allemaal ongelooflijk veel deugd. 

Het helpt om de impact te verwerken van dit nieuwe leven, van het verlies van mijn moeder, en voor het herstel van het lichaam van mijn vriendin. Ik ben nog altijd diep dankbaar dat ons dat schaarse slaaptekort grotendeels bespaard is gebleven. En nu nog, maanden later, slaapt hij meestal goed. Wanneer dat eens niet zo is, voel ik meteen hoe moeilijk het wordt om overdag alle ballonnen in de lucht te houden. We staan opnieuw op de luchthaven, dit keer om mijn schoonmoeder uit te zwaaien. Ze is veel langer gebleven dan oorspronkelijk gedacht, en dat was nodig. Voor haar, voor mijn vriendin, voor mijn zoon. En ook voor mij. Ze zorgde ervoor dat mijn gedachten en emoties ruimte kregen om af te dwalen. Ze was aanwezig op precies de juiste manier: niet te veel, niet te weinig. En dat heeft een groot verschil gemaakt. Nu ze vertrekt, is het dan ook vreemd om plots met z’n drieën te zijn. Tegelijk is het mooi om dat prille gezin te mogen ontdekken op zijn eigen ritme, in zijn eigen vorm. Om dat eilandgevoel te ervaren. Omdat ik niet voltijds werk in het onderwijs, kan ik een regeling treffen waardoor ik, op één namiddag per week na, tien weken thuis ben sinds de geboorte. Die periode loopt bijna naadloos over in de zomervakantie, waardoor ik er eigenlijk altijd ben. Het is een groot voorrecht en tegelijk een aanbeveling die ik iedereen zou willen geven: als het enigszins kan, wees er die eerste maanden. Niet alleen praktisch, maar écht aanwezig. En ook om niet meteen fulltime terug te gaan werken. Er zijn, en vooral er kunnen zijn, is geen overbodige luxe. Het voelt essentieel.

In de ontvangstruimte van de vroedvrouwenpraktijk is er veel leven. We zijn er met z’n drieën voor een reeks Sherborne-sessies. Voor het eerst draai ik mijn drie maanden oude zoon voorzichtig overkop en een guitige lach ontsnapt uit zijn gezicht die uitbarst van de pret. Sherborne is een bewegingspedagogiek die draait om contact en vertrouwen tussen ouder en kind, opgebouwd via eenvoudige bewegingen. Thuis doe ik die oefeningen bijna elke dag. Het is een fijn tussendoortje, of een zachte manier om de dag te beginnen. Het speelse, interactieve karakter maakt dat ik een bijzondere band met hem voel groeien. Die verbondenheid is hartverwarmend, en ik merk hoe veilig en rustig hij zich bij mij voelt. Vaak hoor ik dat een baby in de eerste levensfase vooral op de moeder gericht is. Maar zo ervaar ik het niet helemaal. Naar mijn gevoel hangt dit af van hoeveel tijd je met het kind doorbrengt naast zijn slaap en de borstvoeding. ‘s Morgens neem ik hem altijd uit zijn bed en geef ik hem aan de mama voor de borstvoeding. Daarna verzorgen we hem meestal samen, en neem ik hem mee naar de keuken waar hij kijkt hoe ik het ontbijt maak, in interactie met hem. We ontbijten samen aan tafel, waarna hij terug zijn borstvoeding krijgt. Daarna speel ik met hem of doen we enkele oefeningen, en soms trekken we naar het park. Meestal ben ik degene die met de buggy wandelt, zodat hij me kan zien. Of als we al eens met de auto ergens heen gaan, zit ik ook altijd naast hem op de achterbank. En wanneer ik kook, ligt hij opnieuw in de keuken, met zijn speelgoed, aandachtig observerend. Hij lijkt niet zozeer te spelen, maar te registreren. Ik besef steeds meer hoe sterk kinderen observeren. Ze kijken graag, nemen op, spiegelen. Hem betrekken bij die dagelijkse handelingen, hoe klein ook, voelt betekenisvol. Het maakt de dag trager, voller, echter, en het brengt ons dichterbij.

Ik sta af te wassen. Ik ben moe en denk aan de fijne gesprekken die ik die middag had met enkele vrienden. Tegelijk voel ik dat het soms te veel is; te veel bezoek, te weinig onszelf. In de maanden na de geboorte nodigen we veel vrienden en familie uit om onze zoon te leren kennen. Dat is enerzijds mooi en belangrijk dat het zo deelbaar is, anderzijds dus ook erg vermoeiend. Halverwege die periode probeerde ik het wat af te bouwen om wat meer rust te creëren. Toch lukte dat maar half. Het is verleidelijk om mensen te blijven ontvangen, om te blijven delen. En daar heb ik achteraf wel wat spijt van. Nog steeds trap ik soms in die val. Het verlangen om vrienden te zien, ook wanneer rust en stilte eigenlijk meer aangewezen zijn. Dat zoeken naar evenwicht, tussen nabijheid en afzondering, blijft een leerproces. De treinconducteur kan er niet om lachen. Ik ben mijn railpass vergeten in te vullen, hoewel ik al een half uur op de trein zit. Mijn vermoeidheid als jonge vader blijkt geen geldig excuus voor verstrooidheid. Ik betaal een boete en voel me tegelijk slachtoffer én schuldig, ook al deed ik niets opzettelijk verkeerd. Ik ben onderweg naar Theater aan Zee, waar ik enkele dagen vertoef om twee concerten te spelen. En wederom voel ik dat dubbele: hierover voel ik me ook schuldig, alsof ik mijn vriendin in de steek laat, en haar extra vermoeiende dagen bezorg. Het voelt egoïstisch, want ik wil het ook wel heel graag doen. Maar ik laat er mijn familie voor in de steek, toch voor even. Het is een nieuwe ervaring, dat even-geen-vader-zijn. Gelukkig kan ik dat vergeten zodra ik uit de trein stap. Waarschijnlijk omdat het schuldgevoel iets is dat ik mezelf opleg, niet iets wat mijn vriendin me aanpraat.

Ik houd mijn zoon vast; we zijn vroeg aangekomen om de hitte en gevaarlijke uv-stralen voor te zijn. Dit is het strand waar ik het laatst mijn mama zag turen naar de golven. En vandaag, op diezelfde plek, kijkt mijn zoon voor het eerst naar de oceaan, vanachter zijn kleine zonnebril. We zijn in Portugal, waar hij contact maakt met een ander soort thuis. Een met veel meer licht, warmte, nieuwe klanken en verse geuren.Motorisch is hij daar sterk vooruitgegaan, zijn eerste keer zelfstandig rollen, zijn handen die beter grijpen, zijn spraakontwikkeling, alles wordt uitvoerig uitgedaagd en verkend.

Na die reis begin ik opnieuw te werken. Die combinatie blijkt zwaar en is wennen. Soms zijn de nachten nog onderbroken, en dan is het lastig om vermoeid te vertrekken, en ’s avonds, uitgeput, toch nog met volle aandacht bij hem te zijn. Na een tijdje start hij ook in de crèche, en dat is opnieuw een aanpassing. Het is vreemd om hem voor het eerst te moeten loslaten, al is het maar voor een paar uur. Gelukkig is dit na een aantal weken wat gestabiliseerd. Vanaf het begin hebben we ervoor gekozen dat hij een halve week naar de crèche gaat en een halve week thuis is. Zo blijven we dicht bij hem, wat voor mij essentieel aanvoelt. Niet alleen voor zijn welzijn, maar ook voor het onze. Want het blijft soms moeilijk om te aanvaarden hoe snel alles verandert, en hoe gemakkelijk je momenten kunt missen, ook al wil je dat niet. 

Vaderschap is zorgen, ondersteunen, er zijn. Het vergt geduld, zachtheid en veel liefde. De mooiste momenten zijn vaak de eenvoudigste: tijd met hem doorbrengen en dat delen met mijn vriendin.

Naast hem liggen terwijl hij speelt, blikken uitwisselen. Elkaar ’s morgens met een glimlach begroeten om hem uit zijn bed te lichten. Na een voeding hem overweldigd en voldaan gadeslaan in zijn kleine high, een kwartier lang alleen maar glimlachend. Hem in slaap zien vallen. Hem zien slapen. Zijn ongecontroleerde bewegingen gadeslaan, en ook zijn gecontroleerde. Zijn eerste smaak verkenningen buiten de moedermelk. En het besef dat sommige dingen al voorbij zijn, zonder dat we het wisten; dat ze niet meer terugkomen. 

Ik zie nu ook beter wie mijn ouders zijn, en probeer de liefde die mijn mama me gaf door te geven, ze is vaak indachtig in de vragen die ik mezelf stel. Het voelt allemaal zo groots, als de herontdekking van de wereld. Het brengt me dichter bij het waarom, en bij de grote spanningsboog van het leven. Dat leven, dat zo teder en broos is, waarbij we tegelijk ontvanger en boodschapper zijn; lijnen die vertrekken en lijnen die eindigen.