“Elke fysiologische bevalling verdient begeleiding die vertrekt vanuit vertrouwen in het natuurlijke proces.”
Vanuit die overtuiging pleit huisarts Dr. Heleen Aerts voor een centrale rol van de vroedvrouw bij een normaal verlopende geboorte, zowel in het ziekenhuis als in de eerstelijnszorg.
“Als arts én als moeder voelt dit voor mij vanzelfsprekend,” vertelt ze. “Ik beviel twee keer met de begeleiding van een zelfstandige vroedvrouw en één keer met een ziekenhuisvroedvrouw. In alle drie de ervaringen voelde ik me veilig en gedragen. Hoewel ik veel waardering heb voor de gynaecoloog die mijn zwangerschappen opvolgde, was het voor mij duidelijk dat tijdens de bevalling de vroedvrouw de hoofdrol speelde. De gynaecoloog kwam in beeld wanneer dat nodig was, bij complicaties.”
Die ervaring sluit nauw aan bij haar professionele blik. Dr. Aerts ziet sterke parallellen tussen de rol van de vroedvrouw en die van de huisarts in de eerste lijn. Beide beroepen vertrekken vanuit gezondheid en normaliteit, met aandacht voor waakzaamheid en vroegdetectie. “We zijn opgeleid om te de-medicaliseren waar mogelijk, om nabij te zijn en tijdig te signaleren wanneer iets afwijkt van het normale verloop. Die houding maakt de vroedvrouw bij uitstek geschikt om een fysiologische bevalling te begeleiden.”
Gynaecologen zijn gespecialiseerd in pathologie en interventie en kijken vaak vanuit een meer medisch-analytisch perspectief. Dat is van onschatbare waarde wanneer risico’s of complicaties zich voordoen, maar minder noodzakelijk bij een normaal verlopende geboorte. “Soms is de grootste deskundigheid net weten wanneer je niets moet doen,” zegt ze. “Aanwezig zijn, vertrouwen geven en het proces ruimte laten.”
De vergelijking met de huisartsenpraktijk gaat nog verder. Net zoals sommige huisartsen moeite hebben om taken te delen met verpleegkundigen, ervaren sommige gynaecologen spanning bij het loslaten van fysiologische bevallingen. Toch ligt de kracht van kwaliteitsvolle zorg net in het inzetten van de juiste expertise op het juiste moment.
In België leeft bij veel vrouwen nog de verwachting dat hun eigen gynaecoloog bij de bevalling aanwezig zal zijn, terwijl dat in de praktijk vaak niet haalbaar is. “Het is veel zinvoller,” stelt Dr. Aerts, “om te investeren in een duurzame vertrouwensrelatie met de vroedvrouw: de professional die daadwerkelijk aanwezig is bij de geboorte, en die niet alleen klinische expertise meebrengt, maar ook oog heeft voor de beleving van moeder en kind.”
Een belangrijke voorwaarde daarvoor is een sterke positie van de vroedvrouw in de prenatale zorg, zodat die vertrouwensband al vóór de bevalling kan groeien. Want elke fysiologische geboorte verdient nabijheid, deskundigheid en rust, precies datgene wat de vroedvrouw zo wezenlijk belichaamt.
“Elke geboorte waar het kan, verdient begeleiding die vertrekt vanuit vertrouwen in het fysiologische proces. En daarin is de vroedvrouw niet aanvullend, maar essentieel.”
Ook Dokter Katleen Verheyen vertelt haar visie over de centrale rol van de vroedvrouw.
“Voor mij is het volkomen duidelijk dat de vroedvrouw een centrale rol hoort te spelen bij een fysiologische bevalling en die overtuiging is zowel persoonlijk als professioneel gegroeid. Bij mijn eerste bevalling had ik het geluk begeleid te worden door een ervaren vroedman in Antwerpen. Het werd een prachtige ervaring. Hij liet me volledig in mijn eigen ritme, bracht rust en regelmaat, en creëerde een sfeer van vertrouwen. Tijdens de arbeid kon ik zelfs even indommelen in bad. Ik merkte niets van shiftwissels in het ziekenhuis en bleef volledig in mijn bubbel, ondanks wat er zich elders op de afdeling afspeelde.
Zelfs tijdens het persen had ik amper door dat de gynaecoloog aanwezig was, zij was er vooral omdat dat voor mijn partner geruststellend voelde. Onze zoon werd lachend in bad geboren. Eerlijk? Ik hoef geen negen maanden zwangerschap meer, maar ik zou met plezier nog meerdere keren op die manier bevallen. Twee jaar later, bij de geboorte van onze tweeling, verliep alles anders. Plots werd mijn zwangerschap vooral als een risico bekeken. Ik kon niet bevallen in het ziekenhuis van mijn keuze, noch begeleid worden door de vroedvrouwen die ik kende. “Tweeling” betekende automatisch: tweede lijn, protocollen, beperkingen.
In dat ziekenhuis voelde ik me in de eerste plaats patiënt, geen bevallende vrouw, geen mens. Toch was er een eerste vroedvrouw die, tegen de stroom in, ruimte probeerde te maken voor vertrouwen. Ze liet me in bad gaan, drong geen epidurale op en gaf mijn lichaam de kans om het werk te doen. Helaas begon de persfase net bij de shiftwissel. Zij vertrok, en haar opvolgster had nog nooit een tweelingbevalling zonder epidurale meegemaakt. Mijn wens om gehurkt te bevallen werd met verbazing onthaald.
Dankzij een alerte gynaecoloog kon er alsnog een baarkruk komen, en zo werd onze dochter gehurkt geboren. Bij onze zoon draaide de situatie, letterlijk en figuurlijk: hij kwam in stuit, ik moest alsnog in de beugels, en de sfeer sloeg volledig om. Naast mijn bed stond een paniekerige vroedvrouw, een opgetrommelde neonatoloog en plots 2 gynaecologen. De weg was vrij, maar het vertrouwen was weg. Die ervaringen maakten voor mij glashelder hoeveel verschil nabijheid, continuïteit en vertrouwen maken tijdens een geboorte.
Ook professioneel herken ik dit elke dag opnieuw. Als huisarts zie ik het als mijn taak om zwangere koppels wegwijs te maken in het complexe zorglandschap, zodat zij bewuste keuzes kunnen maken over waar en hoe ze willen bevallen. Daarbij merk ik hoe weinig mensen weten dat vroedvrouwgeleide zorg een volwaardig en veilig alternatief is bij een normaal verlopende zwangerschap en geboorte. Wanneer patiënten vragen naar de wetenschappelijke onderbouwing, verwijs ik hen naar onderzoek rond vroedvrouwgeleide continuïteit van zorg. Die studies tonen consequent aan dat dit zorgmodel minstens even veilig is als gynaecolooggeleide zorg, en bovendien gepaard gaat met betere uitkomsten voor moeder en kind. Meer kans op een vaginale geboorte, minder interventies, en betere neonatale resultaten, zonder toename van risico’s.
Voor mij is het dan ook evident: elke geboorte waar het kan, verdient begeleiding die vertrekt vanuit vertrouwen in het fysiologische proces. En daarin is de vroedvrouw niet aanvullend, maar essentieel.”