Het recht om een behandeling te weigeren tijdens de zwangerschap en bevalling
Door Charlotte Termonia De Mulder
Net als elke andere patiënt heeft een zwangere persoon een recht op geïnformeerde toestemming. Dat betekent dat niemand een medische behandeling mag krijgen zonder dat die persoon goed geïnformeerd is én ermee instemt. Dit recht houdt ook in dat een patiënt altijd mag weigeren een behandeling te ondergaan – en dat geldt evenzeer tijdens de zwangerschap en bevalling.
Recht op fysieke integriteit en zelfbeschikkingsrecht
Het recht om een behandeling te weigeren, is gebaseerd op het recht op fysieke integriteit en het recht op zelfbeschikking. Deze rechten worden beschermd door artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, dat het recht op privé-, familie- en gezinsleven waarborgt.
Het zelfbeschikkingsrecht van personen om keuzes te maken over het eigen lichaam en de eigen levensstijl, houdt in principe ook het recht in om beslissingen te nemen die schadelijk zijn voor de persoon zelf. Het recht op geïnformeerde toestemming omvat dan ook het recht om onredelijke en irrationele keuzes te maken. Als iemand een behandeling weigert, moet de zorgverlener die beslissing respecteren – ook als dit ernstige gevolgen heeft. Er mag dus geen afweging worden gemaakt tussen de risico’s van de ingreep en de mogelijke voordelen. Zelfs levensnoodzakelijke behandelingen mogen worden geweigerd. Zo heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens bijvoorbeeld erkend dat een Jehova’s getuige een bloedtransfusie mag weigeren, ook als dat kan leiden tot zijn of haar overlijden.
Behandelingsverzoek
Een weigering gaat in de praktijk vaak samen met een verzoek om een andere vorm van zorg. Zo zal de weigering van een keizersnede of van een bevalling in een ziekenhuis doorgaans gepaard gaan met een verzoek tot begeleiding van een natuurlijke bevalling respectievelijk een thuisbevalling. De weigering van een bepaalde medische tussenkomst door de patiënt heeft niet tot gevolg dat het recht op kwaliteitsvolle dienstverlening ophoudt te bestaan. De zorgverlener moet steeds een alternatief voorstel doen, eventueel doorverwijzen naar een andere zorgverlener, en ondertussen de noodzakelijke hygiënische en medische zorgen verderzetten.
De mogelijkheid om een andere behandeling te vragen, is net zoals de mogelijkheid om een behandeling te weigeren, essentieel in het licht van het zelfbeschikkingsrecht. Dit verandert niet tijdens de zwangerschap en bevalling. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft bevestigd dat de omstandigheden en de plaats van de bevalling onder de bescherming van artikel 8 EVRM vallen. Dit houdt echter geen absoluut recht op een thuisbevalling in: de wetgever kan beperkingen opleggen ter bescherming van de gezondheid van de zwangere persoon en het kind tijdens en na de bevalling.
Zwangere persoon versus ongeboren kind?
Tot aan de voltooide geboorte is de zwangere persoon de enige patiënt met eigen rechten. Pas na de geboorte wordt het kind een juridische persoon met (patiënten)rechten. Toch werd in de media al verschillende keren de vraag gesteld of de toestemming van de zwangere persoon altijd nodig is, zeker wanneer de gezondheid van het kind in gevaar is. Naar het huidige Belgische recht is het antwoord daarop positief: de toestemming van de zwangere persoon blijft altijd vereist. Het recht op fysieke integriteit en geïnformeerde toestemming geldt dus onverkort tijdens de zwangerschap en bevalling. De wetgever kan dit recht beperken, bijvoorbeeld in het algemeen belang van de bescherming van ongeboren leven – maar zo’n beperking moet wettelijk vastgelegd zijn. Aangezien de Belgische wet daar niet in voorziet, mag een zorgverlener een zwangere persoon niet dwingen tot een behandeling, ook niet als de weigering het leven of de gezondheid van het kind in gevaar brengt.
“Ik mag niet thuisbevallen” – Aanvulling vanuit Birth Matters
Dat klopt dus niet. In België bestaat geen enkele wet die thuisbevallingen verbiedt. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft bevestigd dat de plaats en omstandigheden van de bevalling vallen onder artikel 8 EVRM (het recht op privé- en gezinsleven). Dat betekent dat een zwangere persoon zelf mag kiezen waar zij wil bevallen. De wetgever kan in theorie beperkingen opleggen ter bescherming van de gezondheid van de zwangere en het kind, maar in België is geen enkele wettelijke beperking vastgelegd die een thuisbevalling verbiedt of verplicht stelt waar iemand moet bevallen.
Waarom weigert een zorgverlener dan soms een thuisbevalling? Dat heeft niets te maken met jouw recht op keuze, maar met de wettelijke grenzen van het beroep van artsen en vroedvrouwen. De wettelijke basis.
- De Wet op de Uitoefening van de Gezondheidszorgberoepen (10) (WUG) bepaalt dat vroedvrouwen autonoom enkel zorg mogen verlenen bij normale zwangerschappen en normale bevallingen (artikel 62 WUG).
- Zodra er sprake is van een risico- of hoogrisicosituatie, is een vroedvrouw wettelijk verplicht om door te verwijzen.
Doen zij dat niet, dan riskeren zij beroepsaansprakelijkheid. - Het Koninklijk Besluit van 1 februari 1991 (11) beschrijft dezelfde verplichting: vroedvrouwen moeten handelen volgens de regels van de kunst en mogen enkel begeleiden binnen hun bevoegdheid.
Een zorgverlener moet de begeleiding van een thuisbevalling weigeren wanneer de situatie medisch niet veilig of wettelijk niet toegestaan is. Dat is echter géén beperking van het recht van de zwangere persoon om zelf de plaats van bevalling te kiezen. De beperking ligt dus niet bij jouw keuze, maar bij wat een zorgverlener volgens de wet mág en moet doen. Belangrijk: het recht om een behandeling te weigeren.
In België kan een zwangere persoon niet verplicht worden om in het ziekenhuis te bevallen. Dat zou een gedwongen medische tussenkomst zijn, en daarvoor bestaat geen enkele wettelijke grondslag.