“In onze samenwerking rond een koppel ontstaat magie”

Samenwerken tussen extramurale en intramurale vroedvrouwen ingewikkeld? Dat hoeft niet. In geboortehuis Cocon in Anderlecht werken zelfstandige vroedvrouwen en ziekenhuis vroedvrouwen naar tevredenheid samen. Het geheim? “We hebben dezelfde visie op fysiologie, bevallen en patiëntenrechten, én we zien elkaar als gelijkwaardige professionals.”

Machteld Van Den Meersche (39) had gehoopt haar vierde zoon thuis te baren. Helaas bleek rond de uitgerekende datum dat dit niet kon doorgaan vanwege te lage bloedwaarden. Door de samenwerking tussen haar eigen zelfstandige vroedvrouw en het team van Cocon in Anderlecht kijkt ze ‘enorm positief’ terug op haar bevalling, vertelt ze in de consultatieruimte van het geboortehuis.

Haar zoontje Lennie werd vlot geboren zonder interventies of complicaties, mét haar eigen vroedvrouw aan haar zijde, binnen de muren van het ziekenhuis. “Iedereen was zo aardig en verwelkomend. ” En het is hier zo comfortabel, misschien wel comfortabeler dan thuis”, glimlacht ze. “Zeker als je al kinderen hebt”, vult haar man Henry Martin aan. “Ik vreesde vooral voor afstandelijkheid en medicalisering, wat je uit het ziekenhuis kent.” “Hier is dat helemaal niet zo: men handelt vanuit vertrouwen in plaats van uit angst.”

Wat er in Cocon gebeurt is zeldzaam. Op de vierde verdieping van het Erasmusziekenhuis in Anderlecht werken zelfstandige vroedvrouwen en intramuraal werkende vroedvrouwen sinds 2014 samen om koppels zo goed mogelijk te begeleiden rond de geboorte van hun kindje.

Hun gezamenlijke doel? Een omgeving creëren waarin persoonlijke, vroedvrouwgeleide zorg voorop staat en de fysiologie zo optimaal mogelijk wordt ondersteund, binnen de muren van een universitair ziekenhuis, vertelt hoofdvroedvrouw Michèle Warnimont, die er sinds het begin de leiding heeft. “Veel mensen, óók mijn collega’s op het reguliere verloskwartier, onderschatten hoeveel impact de omgeving en het gedrag van anderen op zwangeren hebben. Voor een ongecompliceerde, fysiologische bevalling heb je zelfvertrouwen en rust nodig. Urgentie en stress zijn veroorzakers van onrust, zeker tijdens de arbeid en bevalling.” Om die reden lijkt Cocon meer op een gastenverblijf dan op een ziekenhuis: de muren zijn er in pastelkleuren geverfd en vroedvrouwen dragen hun eigen kledij. 

Samenwerken als één team

In Cocon werkt een vast team van 13 vroedvrouwen met in principe 24-uurs permanentie. Vrouwen kunnen al tijdens de zwangerschap kiezen voor begeleiding door dit team. Alle consulten en controles vinden dan in het geboortehuis plaats, zodat de zwangere en haar partner later in deze vertrouwde omgeving met persoonlijke zorg kunnen bevallen.

Persoonlijke zorg, dat betekent voor hoofdvroedvrouw Michèle ook dat zwangeren met hun eigen zelfstandige vroedvrouw meer dan welkom zijn in Cocon, mits die een contract heeft met het geboortehuis. Tijdens bevallingen werkt zij als één team samen met de dienstdoende vroedvrouw. Daarbij heeft de autonoom werkende vroedvrouw de leiding en fungeert de Cocon-vroedvrouw als back-up, die in principe alleen bij de laatste fase van de geboorte aanwezig is.

“Deze samenwerking tussen extra- en intramuraal werkende vroedvrouwen is uniek”, zegt zelfstandig vroedvrouw Alinoë van Looveren. Er zijn weliswaar ziekenhuizen waar autonoom werkende vroedvrouwen welkom zijn om hun eigen cliënten te begeleiden, “maar daar overheerst meestal het medisch-technisch zorgmodel, terwijl we in Cocon allemaal het fysiologisch zorgmodel volgen. We delen echt dezelfde visie op fysiologie, bevallen en patiëntenrechten. Dat zorgt ervoor dat koppels echt continuïteit van zorg ervaren.”

Ingewikkeld? “Dat hoeft niet”, zegt hoofdvroedvrouw Michèle. “Uit steeds meer medische literatuur en wetenschappelijk onderzoek blijkt dat vroedvrouwgeleide zorg en het volgen van de fysiologie positieve effecten heeft en tot gunstige uitkomsten leidt. Voor deze samenwerking zijn twee zaken cruciaal: een gedeelde visie en wederzijds vertrouwen.” 

Als hoofdvroedvrouw moet zij kunnen vertrouwen op de opvolging en screening van de zwangere door de zelfstandige vroedvrouw. Omgekeerd moet die er zeker van zijn dat haar cliënten bij collega’s in het geboortehuis in goede handen zijn en dat hun wensen en patiëntenrechten te allen tijde gerespecteerd worden. Michèle: “Ik weet dat de autonoom werkende vroedvrouwen met wie wij samenwerken stuk voor stuk hun dossiers op orde hebben en hun mensen met veel zorg en continuïteit benaderen. Juist die persoonlijke begeleiding geeft mij vertrouwen.” 

Respect voor geboortewensen / Persoonlijke benadering

Dat beaamt zelfstandig vroedvrouw Alinoë. “We zien elkaar als gelijkwaardige professionals; dat wederzijds vertrouwen is de sleutel tot succes.” Als zelfstandig vroedvrouw begeleid ik veel thuisbevallingen. In sommige situaties is thuis echter niet de ideale plek. Cocon is dan een perfect alternatief: een rustgevende en veilige tussenweg tussen thuis en ziekenhuis, waar geboortewensen worden gerespecteerd. “In andere ziekenhuizen voel ik regelmatig een wat vijandige sfeer en krijg ik het gevoel dat ik de keuze van zo’n koppel om de fysiologie te volgen, moet verdedigen.” In Cocon is dat helemaal anders. “Hier kom je echt thuis.” Iedereen zet zich in om de fysiologie te ondersteunen en men respecteert de wensen van het koppel dat een kindje gaat krijgen. Bij zulke bevallingen ontstaat echt magie.”

De fysiologie ondersteunen betekent bijvoorbeeld: geen preventief infuus prikken bij binnenkomst, geen buikband met monitor. “Dat soort schijnbaar kleine dingen kunnen veel impact hebben op een vrouw in arbeid. Op een gewone verlosafdeling is het standaard protocol, maar ik zie mensen daar soms echt van schrikken. Ze vragen zich af: is er iets mis, dat ik nu een infuus krijg? “Dat zorgt voor onnodige stress.”

In Cocon worden haar koppels als complete personen gezien en niet als casussen, ervaart Alinoë. “De collega’s hier nemen echt de tijd om het dossier van de barende te lezen en daardoor benaderen zij mijn mensen zoals bij hen past. 

Cultuur: permanente monitoring versus continue begeleiding

Op het reguliere verloskwartier heerst een heel andere cultuur, beaamt hoofdvroedvrouw Michèle. “Daar is men gewend aan een medische omgeving waarbinnen continue monitoring tijdens de arbeid de norm is.” Dat is een heel andere benadering van arbeid en bevalling dan een fysiologische geboorte, zegt ze. “Zij zijn zodanig geconditioneerd dat ze niet altijd weten dat beweging een fysiologische geboorte bewerkstelligt en dat het heel normaal is om weeën op te vangen en te baren op handen en knieën.”

Om die reden zijn Cocon en het reguliere verloskwartier van het Erasmusziekenhuis ook fysiek gescheiden en liggen ze op andere verdiepingen van het ziekenhuis, vertelt hoofdvroedvrouw Michèle. “Wij zitten ingebed in het kenniscentrum en ziekenhuis, maar we functioneren buiten het medische systeem van continue monitoring en epidurale verdovingen. Dat doen we op een verantwoorde manier: medisch noodzakelijke zorg is dichtbij, maar de ervaring leert dat die in de meeste gevallen helemaal niet nodig is.”

Soms springt er wel eens een vroedvrouw van het gewone verloskwartier bij in Cocon, vertelt ze. Dat is dan wennen en aanpassen voor beide kanten. “Zij hebben andere gewoontes.” ” Doordat zij zo gewend zijn om op apparatuur te vertrouwen hebben ze amper of geen ervaring met een normale, fysiologische geboorte en voelen ze zich daarbij ook niet zo op hun gemak.” 

Dat begrijpt ze wel, al maakt het haar soms ook boos. “Ze halen veiligheid uit een machine en uit protocollen. Wat ze niet begrijpen is dat een vrouw in arbeid hier in Cocon permanent wordt bijgestaan door een vroedvrouw. Wij doen dus ook aan permanente monitoring, maar dan met een mens, in plaats van met een machine. Er is hier continue begeleiding: een vroedvrouw die een gehele bevalling aanwezig is, vangt ieder klein signaal op dat haar iets vertelt over de vordering van de bevalling. Dat kun je niet zien als je niet permanent aanwezig bent”, benadrukt Michèle. Alinoë knikt bevestigend. “Als vroedvrouw moet je daar meestal meerdere baringen tegelijk in het oog houden.”

De praktijk in de Cocon

Machteld, die van haar zoontje Lennie beviel in de Cocon heeft die verschillende werelden zelf ervaren. Haar eerste zoon werd in het ziekenhuis geboren. “Daar stonden de dokters en vroedvrouwen echt klaar om in te grijpen.” Van haar tweede en derde beviel ze thuis. Op 26 mei 2023 zag Lennie, hun vierde zoontje, het levenslicht in de Cocon.

“Mijn water is hier op de gang bij de keuken gebroken”, lacht ze. In de ochtend waren thuis haar weeën voorzichtig begonnen, rond 19u30 arriveerden ze in De Cocon. “Nadat we ons hadden geïnstalleerd, gingen we samen in de keuken nog even iets te eten maken”, vertelt haar man Henry. “Ik was net mijn collega van de Cocon aan het updaten over hoe de arbeid tot nu toe was verlopen, toen ik een opgewonden kreet van Machteld hoorde.” ” Toen ik om de hoek keek zag ik haar boven een flinke plas helder vruchtwater staan”, vult zelfstandig vroedvrouw Alinoë aan.

Huiselijke sfeer

Machteld en Henry roemen vooral de huiselijke sfeer in de Cocon. “Je kunt gewoon een beetje rondlopen, zelf eten of drinken pakken in de keuken.” Er hangt een heel aangename sfeer, heel anders dan in een ziekenhuis. Dat had ik vooraf niet helemaal verwacht”, zegt Machteld. “Je ziet ook geen medische toestanden op de gang”, knikt Henry. “De omgeving hier nodigt uit om op je eigen intuïtie te vertrouwen.”

Een bevalling in De Cocon was niet hun eerste keuze. Machteld en Henry wilden graag dat hun vierde zoon thuis geboren zou worden, onder toeziend oog van hun eigen vertrouwde vroedvrouw. Machteld: “Ze was ook bij de geboorte van de eerste drie aanwezig.” ” We hebben een goede band, bij haar voel ik me echt op mijn gemak.” Maar haar bloedwaarden waren net te laag, waardoor ze niet thuis mocht blijven. 

Na overleg tussen Alinoë en de Cocon, bleek het geboortehuis wel een optie. “Wanneer een medische factor een thuisbevalling niet toelaat proberen we, eventueel in samenwerking met de gynaecoloog, al het mogelijke te doen om een cliënte een zo huiselijke mogelijke omgeving te bieden om de omstandigheden voor een fysiologische bevalling zo optimaal mogelijk te maken.”

Ze moesten wel even wennen aan het idee dat de door hen gewenste thuisbevalling niet door kon gaan, erkent Machteld. Maar dat er een alternatief was voor een reguliere ziekenhuisbevalling, zorgde voor opluchting bij het koppel. “De stap van twee thuisbevallingen terug naar het ziekenhuis voelde te groot. De Cocon was een heel fijne tussenweg”, blikt ze terug in een van de consultatieruimtes van het geboortehuis. Lennie zit op schoot en laat af en toe van zich horen. Aan de muur hangen geboortekaartjes. “Het is een fantastisch initiatief”, vult Henry aan. “Ik ben echt verontwaardigd dat dit elders niet bestaat voor ouders.”

Cultuurverandering

Hoewel hoofdvroedvrouw Michèle kritisch kan zijn op het handelen van haar collega’s op het reguliere verloskwartier, ervaart ze binnen de ziekenhuismuren wel steeds meer steun, ook onder het medisch personeel. Dat was, zeker in het begin, geen vanzelfsprekendheid. “Maar de mentaliteit verandert langzaam maar zeker.” Ze prijst zich gelukkig dat ze in een academisch ziekenhuis werkt. “Het besef is hier heel groot dat men met de tijd mee moet, dat er sprake is van voortschrijdend inzicht en dat dat betekent dat men van bril moet veranderen wanneer men naar de geboortezorg kijkt.”

Wat daarbij volgens haar helpt is dat in het Erasmusziekenhuis artsen en gynaecologen worden opgeleid. “Het feit dat zij binnen een academisch ziekenhuis getuige zijn van normale zwangerschappen, bevallingen en postpartum zorgt ervoor dat zij ook door die fysiologische bril leren kijken.” “Ze leren dat er een verschil is tussen een normale bevalling en een bevalling volgens de norm.”

Toch botst het nog wel eens tussen die verschillende werelden van geboortehuis en verloskwartier, erkent ze. “Af en toe val ik nog wel van mijn stoel van verbazing.” Bijvoorbeeld als ik bij de overdracht van de nachtdienst naar de dagdienst zit, en ik hoor een arts over een medische complicatie zeggen: we gaan dit doen. Dan vraag ik altijd: maar wat willen de moeder en haar partner? Het risicodenken is nog groot. Ik moedig dan aan dat men de dialoog aangaat. Dat is zo belangrijk voor ouders in hoe zij terugkijken op een geboorte. “Maar dat kost tijd, dat is de realiteit.”

“Ik heb enorm veel respect voor Michele”, reageert vroedvrouw Alinoë. “Hoe zij de fysiologie verdedigt in het hol van de leeuw en de tweede lijn toont: dit is ‘midwifery led care’. Het bijzondere van deze plek is dat hier de openheid groeit, terwijl ik breder in België juist een tegengestelde beweging zie, waarbij er steeds meer in protocollen wordt gegoten, die steeds medischer worden, en er meer vijandigheid bestaat naar zelfstandige vroedvrouwen.”

Naar eigen zeggen heeft Michèle met de meeste gynaecologen in haar ziekenhuis een goede relatie. “Wat voor hen een groot verschil maakt is dat wij vooraf kennismaken met koppels.” ” We hoeven tijdens de bevalling niet een losse situatie te beoordelen, we kunnen naar het geheel kijken: het verloop van de zwangerschap, het contact met het koppel en eventueel hun vroedvrouw of doula.” Door dat vertrouwen durven ze iets meer afstand te houden, denkt Michèle.

Die manier van werken wekt ook vertrouwen bij koppels die in Cocon willen bevallen, zegt ze. “Zij komen hier doorgaans omdat ze hoe dan ook fysiologisch willen bevallen.” Wij bespreken dan natuurlijk wel dat ze zich moeten voorbereiden op alle mogelijke scenario’s. Het voordeel daarvan is dat ze weten dat we hier enkel ingrijpen als het echt niet anders kan, als we de verschillende mogelijkheden om zonder interventies te bevallen allemaal hebben geprobeerd. “Dat vermindert de kans ook aanzienlijk dat zij een interventie zullen beleven als mislukking.”

Kijken naar het individu

Vroedvrouw Alinoë knikt instemmend. “Bij Cocon ervaar ik openheid en nieuwsgierigheid.” Ze doen niet moeilijk over het meenemen van een geboortefotograaf, doula of extra familielid tijdens de bevalling. Er is echt overleg mogelijk over individuele omstandigheden.”

Soms hebben koppels vooraf afwijkende wensen. Zij vragen bijvoorbeeld om niet frequent te toucheren (ontsluiting te meten) of om wanneer de weeën tijdelijk wat afnemen even af te wachten, in plaats van syntocinon (weeënopwekkers) toe te dienen. Wensen die vanuit de fysiologie uitstekend te onderbouwen zijn. “Michèle reageert daar nooit negatief op. Ze zegt nooit meteen: dat kan niet of dat is gevaarlijk. Ze neemt mij au sérieux, maar de mensen die ik begeleid ook. Ze weet dat die hebben nagedacht over hun wensen, en dat ik al heb afgewogen dat ik verantwoorde zorg vind. Vervolgens overlegt zij met haar vaste medewerkers: ziet iedereen dit zitten? Hoe beoordelen zij eventuele risico’s? Wat denkt het team op het reguliere verloskwartier ervan?”

In het geboortehuis mogen in principe alleen gezonde zwangeren onder de 40 jaar met een ongecompliceerde zwangerschap bevallen van hun eerste kindje, en tot 45 jaar in geval van een volgende zwangerschap. Soms bevinden vrouwen zich in een conditie op de grens van de limietwaarden om in Cocon te mogen bevallen. Hun conditie wordt dan eerst besproken.

Zoals bij Machteld, wier bloedwaarden net niet goed genoeg waren voor een thuisbevalling. Na overleg met Michèle was de Cocon wel een optie. De bevalling van hun zoon Lennie verliep voorspoedig en in alle rust, vertelt Machteld. Hij werd 40 minuten na het breken van de vliezen vlot en zacht geboren in de handen van zijn ouders, terwijl zijn moeder in zij-lig lag en haar eigen vertrouwde vroedvrouw toekeek. 

En soms is het ingewikkelder. Zo had Alinoë onlangs een zwangere vrouw van 45 jaar die graag in de Cocon wilde bevallen. “Het gaat moeilijk worden om de gynaecoloog te overtuigen omdat die extra risico’s zal zien, maar ik ga het proberen”, reageerde Michèle. Alinoë: “Doordat Michèle dat gesprek aangaat, hoef ik als zelfstandig werkende vroedvrouw niet te vechten tegen de heersende norm.”

Juist bij moeilijke vragen moet je kijken naar de persoon achter die vraag, reageert hoofdvroedvrouw Michèle. “Je moet je afvragen: wat heeft die nodig?” Elke zwangere is een mens met een eigen leven, eigen rechten en keuzevrijheid. In de geboortezorg lijkt soms het idee te leven dat dat niet samengaat met professionele zorg. Maar het is mogelijk om professionele en gezamenlijke zorg te bieden die warm en respectvol is. “Dat zijn zaken die elkaar helemaal niet hoeven uit te sluiten.” 

Soms blijkt een bevalling in de Cocon dan toch niet mogelijk, omdat niet iedereen er achter staat. Maar meestal wordt er wel een oplossing gevonden die voor zowel de zwangere als de zorgverleners goed voelt. Dat beaamt Alinoë: “Door Michèle’s inzet heb ik al meermaals koppels kunnen begeleiden die anders in een medische setting terecht zouden zijn gekomen, waardoor hun kans op een bevalling en geboorte naar hun eigen wens, zou zijn verminderd.”

Tekst: Marijke de Vries

Met dank aan en medewerking van Leen Leunens

Verplaatsing van Cocon naar het verloskwartier

Zo’n twintig procent van de vrouwen die in Cocon wil bevallen, verplaatst tijdens de baring alsnog naar het reguliere verloskwartier. “Meestal vanwege de behoefte aan een epidurale verdoving”, vertelt Michèle. Vaak gaat het om vrouwen die bevallen van hun eerste kindje. “Een eerste bevalling duurt vaak langer, waardoor de kans op een vraag naar pijnstilling toeneemt.”

Cocon trekt relatief veel vrouwen die zwanger zijn van hun eerste kindje. Zo’n 60 procent van de geboortes zijn eerste kinderen, op een regulier verloskwartier ligt dat rond de 40 procent. “Ze kiezen voor ons als de stap richting een thuisbevalling te groot voelt, maar ze wel continue begeleiding willen en een optimale ondersteuning van de fysiologie.”

Wanneer een vrouw gedurende de baring kiest voor een epidurale wordt de medische verantwoordelijkheid overgedragen aan het personeel van het verloskwartier op de tweede verdieping. Vrouwen die hun eigen zelfstandige vroedvrouw meebrengen naar Cocon kunnen daar ook door haar ondersteund worden, vertelt Alinoë. “Ik draag de medische verantwoordelijkheid over, maar kan de vrouw nog steeds bijstaan en een zo fysiologisch mogelijke geboorte nastreven en zo continuïteit van zorg bieden.” Dat laatste is op een gewoon verloskwartier nu eenmaal niet de norm. “Daar voelen mensen zich soms aan hun lot overgelaten.” ” De zorg is er minder persoonlijk, omdat vroedvrouwen daar meerdere barenden tegelijk moeten bijstaan.”